Technologie en veiligheid: hoge verwachtingen

We staan aan het begin van een nieuwe ‘technologische revolutie’ in de aanpak van veiligheidsvraagstukken. Hoe beloftevol sommige technologieën ook lijken, de verwachtingen kunnen maar beter niet te hoog gespannen zijn…

 

Het voorzien in veiligheid is de laatste decennia hoog op het maatschappelijke en dus ook politieke agenda gekomen en het ziet er niet naar uit dat daar de komende jaren veel verandering in zal komen. Vaak zoekt men zijn toevlucht tot nieuw technologische middelen om een antwoord te bieden op prangende veiligheidsvraagstukken, maar juist die technologie leidt soms tot nieuwe, vaak onvoorziene, risico’s.‘Technologische evoluties hebben zo’n vlucht genomen, dat de risico’s niet altijd meer te overheersen zijn’, schreef Beck in zijn werk ‘De risicomaatschappij’.

 

Dit denken Heeft een sterke stimulans gekregen door de terroristische aanslagen begin 21ste eeuw. Sinds 9/11 en de aanslagen in Brussel, Parijs, Londen en Madrid heeft men zwaar ingezet op technologie als hulpmiddel voor het detecteren van veiligheidsrisico’s. De angst in Westerse landen en de snelle ontwikkeling van de ICT-markt stimu- leren samen de toevlucht tot nieuwe veiligheidstechnologie. ANPR-camera’s, RFID-tracking, drones, irisscan, bodyscans, stem- en gezichtsherkenning, maken tegenwoordig deel uit van de veiligheids- en criminaliteitsaanpak.

 

Niet alleen de druk op de technologiemarkt en de aandacht voor risicobeheersing spelen hierin een rol, ook politieke en electorale overwegin- gen liggen aan de basis van het securization proces. Onderzoek toont aan dat wanneer een maatschappelijk vraagstuk als een ‘veiligheidsonder- werp’ wordt gekaderd, mensen rapper geneigd zijn in de technologie een antwoord te zoeken. Migratiestromen, bijvoorbeeld, werden in de jaren 80 gezien als een ‘sociaal probleem’ en ook zo benaderd. Sinds 9/11 vormen ze een ‘veiligheidsrisico’ en probeert men ze te monitoren en controleren, o.m. via verschillende technologieën zoals e-gates, API-systemen…

 

Het is echter Niet omdat de publieke opinie deze vormen van technologie ‘aanvaardt’, dat de vraag naar effectiviteit en efficiënte minder belangrijk wordt.

 

Weinige studies hebben de effectiviteit van al deze middelen aan- getoond en vaak is het gebruik ervan niet evidence based. Zedner noemt het ‘technocredulity of lichtgelovigheid’ van mensen in technologische oplossingen voor problemen die gewoon niet definitief op te lossen zijn.

 

In sociologische termen is dit een klassiek voorbeeld van een cultural lag. De technologie evolueert zo snel dat de samenleving nauwelijks de tijd heeft om de effectiviteit ervan te onderzoeken, het gebruik ervan te reguleren en de niet-geanticipeerde gevolgen ervan in kaart te brengen. Realisme bij de implementatie van nieuwe technologieën in de veilig- heidsketen is dus aangewezen: de effectiviteit van vandaag kan morgen teniet gedaan zijn door veranderingen in de veiligheidsfenomenen.

 

De menselijke creativiteit om technologische controles te omzeilen kan immers nauwelijks onderschat worden. Eens dit wordt bewaakt, kan technologie efficiënt worden benut.”